|
|
|
Schildpad leeft in de vijver. Zij is
er dag en nacht, net zoals haar ouders en grootouders en al
haar voorvaderen. Zij wroet in de modder en houdt van het zachte
water op haar schild.
Zo verloopt het leven voor haar.
|
|
Op een dag, komt de droogte opzetten.
Het gras verdort en zelfs de wortels van de allergrootste bomen
vinden geen water meer. De aardkorst barst.
Het water verdwijnt.
|
|
|
|
Op een morgen komt Reiger
naar de poel. Hij heeft nooit goed met Schildpad kunnen opschieten,
maar door het gebrek aan water wordt hij echt gemeen.
Hij daagt Schildpad uit om te dansen en te vliegen net als hij.
Schildpad kan dit natuurlijk niet en Reiger eist dat ze het water
verlaat om het niet troebel te maken.
Zonder protest gaat Schildpad het water uit.
Als Reiger weg is, komt Schildpad langzaam terug. Alleen de bovenkant
van haar schild steekt boven het water uit. Een treiterende stem
roept haar. |
|
Het is haas die op zijn beurt bij de
poel aankomt. De woorden van Haas kwetsen Schildpad heel erg.
Ze schaamt zich.
|
|