|

|
In zijn klas en bij zijn vrienden, ziet Jean-Pierre goed dat vriendschap
iets breekbaars is, dat je je iedere dag opnieuw moet inzetten,dat ze
nooit eens en voor altijd gewonnen is. Een discussie, een ondoordacht
woord, de manier waarop je elkaar bekijkt... en de vriendschap wordt al
bedreigd.
Net als vele kinderen die ik ken, vraagt Jean-Pierrre zich wel eens af:
- Waarom voeren mensen oorlog?
- Wie heeft de slavernij uitgevonden?
- Waarom zijn de vogels die men Dodos noemt van ons
eiland verdwenen?
- Waarom zijn er zon arme mensen in ons land?
- Waar is Marie-Laure, nu ze gestorven is?
- Waarom is er geen werk voor iedereen?
- Wat kan ik doen om de wereld te verbeteren?
Zulke vragen bespreekt hij met zijn moeder, als ze nog even bij hem komt
zitten om hem goedenacht te wensen.
Op een avond, toen
hij haar een van zijn moeilijke vragen toevertrouwde, zei ze hem: De
vaders en moeders kennen ook niet alle antwoorden. Maar misschien vind
je oplossingen als je er samen met anderen over nadenkt.
|
|
Moeders
opmerking bracht hem op een idee. Hij wist dat zijn vrienden Desmond en
Morris
zich ook veel vragen stelden, vragen waarop men op school niet altijd
een antwoord wist.
Hij stelde hen voor samen te komen om erover te praten.
|
| |
|
|
|
Zo zetten ze zich
om de veertien dagen om de tafel bij Jean- Pierre thuis. In het begin
waren ze maar met vijf, dan kwam Loorna erbij en ook Paul, Nawaz en Naffeeza.
De moeder van Jean-Pierrre, zijn grote zus Nathalie en Philip, zijn oudere
broer, waren er ook bij om hen raad te geven indien nodig.
Samen ondervroegen ze de volwassenen en lazen ze boeken en tijdschriften
om het leven van kinderen uit andere landen en streken beter te leren
kennen. Ze overlegden hoe ze in hun klas een betere sfeer konden scheppen
en hoe ze de nieuwe kinderen konden verwelkomen zodat ze zich goed zouden
voelen.
|
Kort voor de grote
vakantie hoorde Jean-Pierre dat hij een openhartoperatie moest ondergaan.
Hij had al
jarenlang hartproblemen, maar nu was een hartoperatie ècht nodig.
Bovendien moest hij ver weg: naar Zuid-Afrika! Zijn mama was afkomstig
uit dat land
en zijn grootouders woonden daar ook nog.
Jean-Pierre was ongerust, zelfs al wist hij dat hij heel goed verzorgd
zou worden.
Zijn moeder had gezegd dat een arts uit haar land de allereerste harttransplantatie
met succes had volbracht. Zijn operatie was niet zo moeilijk.
|
|
|
Jean-Pierre was ook verdrietig. Natuurlijk ging zijn moeder mee, en ook
zijn vader, en zijn grootouders wachtten hem op. Zij zouden voor hem zorgen,
maar hij moest ook afscheid nemen van Desmond, Nawaz, Loorna en ginder
had hij geen enkele vriend!
In het ziekenhuis, in dezelfde kamer als hij maakte hij al vlug kennis
met Nelson die een paar jaar ouder was. Hij was daar al twee weken. Ze
hadden bij hem ook een hartoperatie uitgevoerd en alles was heel goed
verlopen. Ze konden het meteen goed met elkaar vinden en werden vrienden.
Nelson legde Jean-Pierre tot in détail uit hoe zijn ingreep zou
verlopen. Nelson had zon grappige manier van vertellen, dat Jean-Pierre
zich eindelijk kon ontspannen.
De avond voor de operatie was Jean-Pierre wat stilletjes. Nelson riep
hem zachtjes:
|
|
Kijk naar mij, en raad welk dier ik ben!
In het halfdonker van de kamer zag hij niet méér dan twee
grote ogen in een bruin gezicht. Nelson imiteerde een aap, een uil en
een olifant en maakte Jean-Pierre toch weer aan het lachen .
|
|
|
De operatie was goed
verlopen en de volgende dagen konden de jongens elkaar heel veel vertellen.
Toen er een brief van de vriendengroep aankwam, vertelde Jean-Pierre over
hun avonturen samen.
....en sinds enkele maanden komt Pierrot ook naar onze groep. Hij
lijkt een beetje op jou: hij spreekt nooit over zichzelf of over zijn familie.
Maar hij begrijpt heel veel! Wanneer we over mensen spreken die een moeilijk
leven leiden, of over de toekomst praten, heeft hij geweldige ideeën.
Nelson zei heel serieus: Weet je, misschien moet Pierrot eerst voelen
dat jullie echte vrienden zijn vooraleer hij over zijn familie durft spreken.
|
|
Bij
mij is het ook zo. Ik vertel enkel over mijn familie aan mijn echte vrienden.
Weet je, ik mis mijn moeder, mijn vader, mijn zussen en broers heel erg.
Sinds ik hier ben heb ik ze niet meer gezien. Ze wonen te ver om mij te
komen bezoeken
en de reis is te duur. Mijn moeder moet ook op zondag werken, dus...
|
|
|
Even werd het stil, maar Nelson werd vrolijker:
Hier heb ik tenminste een bed voor mij alleen!
En nu ik genezen ben, zal ik mijn familie ècht kunnen helpen. Morgen
komt mijn grote broer mij halen.
Ik mag naar huis!!
De volgende morgen namen de twee vrienden afscheid.
Jean-Pierre haalde uit zijn nachttafel een kleine blinkende witte steen,
en gaf hem aan Nelson:
|
Ik heb
hem gekregen van een andere vriend, maar vriendschap moet je
doorgeven vind ik. Hier, neem hem maar, als een aandenken.
Nelson hield de steen in zijn hand, bekeek hem en zei:
Ik zal hem mijn hele leven bewaren!
Voor Afrikanen zijn vriendschap en broederliefde heilig!
Dat heeft mijn volk mij geleerd. |
|
 |
Bovenstaand
verhaal is een uittreksel uit het pas verschenen boek Mijn
hart klopt in deze steen.
Het prachtige boekje neemt je mee met kinderen die stenen verzamelden.
Kinderen van overal in de wereld, kinderen die het moeilijk hebben,
kinderen die vrienden zoeken, kinderen die gewoon willen leven!
Een boekje boordevol verhalen en tekeningen in kleur om bij weg
te dromen.
Mijn hart klopt in deze steen,
Noldi Christen, 120 blz, uitgeverij Editions Quart Monde, 2002.
Prijs 8 euro + verzendingskosten.
Je kan het boek bestellen bij ATD Vierde Wereld, Victor Jacobslaan
12, 1040 Brussel, tel. 02 647 92 25
|
|