Tapori
ATD Vierde Wereld Vlaanderen

Juni 2007
Vertaald in Vlaanderen

D i a n a
Het echt gebeurd verhaal
van een meisje in Frankrijk
Diana speelt met haar zusje op de parking voor het grote gebouw waarin ze wonen. Ze maken met krijtjes tekeningen op de grond. En ze schrijven grote letters. Het is niet gemakkelijk: A en O en M.
Hé, daar komt Chantal aan. Ze kijkt naar de letters. Diana geeft haar een krijtje:
Wil je mijn naam schrijven?Chantal trekt een lijn en schrijft de letters er op. Diana zegt:
- Is dat mijn naam?
- Ja, dat ben jij: Diana !
Diana schrijft zo goed ze kan haar naam na. En dan nog eens en nog eens. De parking wordt een groot schilderij.
- Geef je me een boek? vraagt Diana.
Chantal kent Diana niet, maar Diana kent Chantal wel en ze weet dat de rugzak van Chantal vol met kinderboeken zit.
- Ik heb je al gezien van boven aan mijn venster, zegt Diana.
En dat klopt. Elke woensdag en zaterdag komt Chantal samen met Brigitte boeken lezen met de kinderen uit de appartementen. Soms komt ze ook ’s avonds na de school.
Diana, Zina en Chantal kijken samen in een boek. Diana toont met haar vinger de letters van haar naam. Ze zou graag willen leren.
Er komen nog kinderen rond hen staan en Chantal leest voor. Maar Diana wil niet dat de andere kinderen er bij zijn. Ze is kwaad. Ze trekt een boek uit de handen van een meisje en gooit het op grond. Dan loopt ze weg.
Diana is 9 jaar. Ze gaat niet naar school, ze moet meehelpen thuis.
Ze zorgt voor haar drie kleine zusjes als haar moeder er niet is.

’s Morgens al heel vroeg gaan haar ouders naar de bloemenmarkt om boeketten rozen te kopen. Tijdens de dag helpt Diana haar mama om ze, één voor één, in een doorzichtig velletje papier te wikkelen.

’s Avonds gaan ze die met de kinderen verkopen aan de haven. Daar zijn veel restaurants en cafés.
Diana helpt haar ouders en ze is daar fier over.
Ze zegt:’ Ik verkoop rozen en dan hebben we geld voor mijn zusjes’.
Diana durft niet naar de straatbibliotheek komen. Ze is beschaamd dat ze niet kan lezen. Ze wil niet dat de andere kinderen dat weten. En daarom wil ze er niet bij zijn. Ze verstopt zich ook altijd achter haar zwarte haar dat voor haar ogen valt.
Maar na een tijdje komt ze af en toe toch eens. Ze heeft ook zoveel zin om in boeken te kijken. Ze luistert graag naar de mooie verhaaltjes, vooral de verhaaltjes die je doen wenen. Maar zij, nee, zij weent niet!
Maar vooral tekent ze graag en wil ze schrijven. Diana schrijft de letters die ze kent op een blad papier. Ze is fier dat ze nu haar naam in hoofdletters kan schrijven. Ze maakt ook mooie tekeningen met felle kleuren.
- Hé Diana, bedelaarster! We hebben zondag gezien dat je je hand uitstak naar mensen om geld te vragen’, roept Medhi.
Diana is razend kwaad. Ze scheurt haar papier kapot, ze klopt en slaat op Medhi die haar zo beledigd heeft. Chantal komt er tussen en probeert hen uit elkaar te krijgen. Maar het is onmogelijk.
Dan roept de mama van Diana vanaf het balkon. Ze heeft het lawaai gehoord en is bang dat het nog erger zal worden.
Diana gaat naar huis en trekt haar kleine zusjes mee die nu ook kwaad zijn: ’wij willen nog hier blijven!’
‘ Genoeg! Ze moet hier weg blijven ! We willen haar niet!’
De kinderen van de buurt zijn bang voor Diana want ze vecht heel rap, zelfs met jongens die veel groter en sterker zijn dan zij. Ze spreken niet met haar, ze kennen zelfs haar voornaam niet.
Enkele weken geleden heeft Brigitte aan de kinderen voorgesteld om de liedjes die ze graag horen en de liedjes die ze thuis zingen mee te brengen of ze op te nemen. Brigitte schrijft de namen van de liedjes op, om ze samen te kunnen inoefenen. Er zijn liedjes in verschillende talen bij en de kinderen leren ze aan mekaar.

Op een dag komen Agnes en Jean-Pierre naar de straatbibliotheek. Ze zijn operazangers en vrienden van Brigitte. Ze vertellen aan de kinderen over hun beroep.
Ze leggen hun muziekboeken op een staander en beginnen te zingen: prachtige liederen uit de opera klinken uit boven de appartementsblokken.
Diana kijkt van ver toe en komt dan dichterbij hen. Ze gaat voor de zangers staan en zegt: ‘het is heel mooi!’
De week nadien komen de kinderen met Brigitte samen om te zingen. Diana zit heel bedeesd achteraan in het groepje. Maar aangemoedigd door Brigitte staat ze recht.
Eerst aarzelt haar stem wat, maar daarna zingt ze heel mooi. Ze zingt een prachtig lied in de taal van het land waaruit ze komt. De andere kinderen zijn heel stil en luisteren verbaasd.
Als de mama van Diana haar dochtertje hoort zingen krijgt ze de tranen in de ogen. Ze hoort dat Diana een liefdesliedje zingt voor een trouwfeest. Ze wist niet dat ze zo een mooie stem had.

- Brigitte, laat ons nog eens het liedje van Diana horen!
Weken na elkaar vragen de kinderen van de straatbibliotheek aan Brigitte om het liedje van Diana nog eens te mogen beluisteren op de bandopnemer. Diana wordt nu met haar voornaam genoemd, ze wordt ook niet meer uitgemaakt voor ‘bedelaarster’.
In de volgende maanden krijgt Diana steeds meer vertrouwen in zichzelf. En op een dag vraagt ze of ze niet naar school mag gaan. Ze gaat zelfs alleen naar de directrice van de school om zich te laten inschrijven.
Haar ouders gaan er mee akkoord, ook al weten ze dat het voor hen moeilijk zal zijn. Diana gaat voor de eerste maal naar school als ze 12 jaar is. Ze heeft zoveel zin om te leren dat ze het zich niet aantrekt dat andere kinderen met haar lachen. Soms kan ze enkele dagen niet naar de school omdat ze haar ouders moet helpen. Maar altijd opnieuw komt ze daarna terug.
Meisjes uit de buurt komen haar nu regelmatig ’s morgen afhalen om samen naar school te gaan. Zo krijgt ze nieuwe vriendinnen, zoals Nourfati en Anita.
En Diana is blij dat ze naar de straatbibliotheek kan komen zingen telkens als ze daar tijd voor heeft.